Voortgezet Werkplezier gaat om het proces!

‘Stel je twee judoka’s voor die met hun schouders tegen elkaar aan duwen. Ze staan muurvast, er zit geen beweging in. Maar je kunt ook meebewegen, waardoor je in één beweging de ander toch in een andere positie kunt brengen. De ervaring leert dat als er aandacht is voor weerstand, en je uitzoekt wat iemand echt dwars zit, het verzet vaak verdwijnt. Achter weerstand zit vaak oprechte zorg en betrokkenheid, maar ook angst en onzekerheid.’

Voortgezet Werkplezier onderzoekt de situatie op je school zoals die nu is en bekijkt hoe deze verbeterd kan worden. In de meeste gevallen wordt Voortgezet Werkplezier in groepsverband ingezet. Dat kan zijn op schoolniveau, op locatieniveau of op afdelings- team-, collegiaal- of sectieniveau. Het werkt goed om ervaringen en inzichten met anderen te delen. Feitelijk is luisteren naar elkaar en samen brainstormen over hoe dingen beter kunnen, het belangrijkste aspect van Voortgezet Werkplezier. Het maakt de opbrengst en inzichten rijker. Het draagvlak creëert zich als het ware vanzelf.

Procesbegeleider

De aanpak vraagt niet veel. De werkvormen spreken voor zich en kun je downloaden van de site. Daarnaast heb je een ruimte, wat grote vellen papier, post-it’s, stiften en stickers nodig. Maar in dit soort groepswerk is het ook aan te bevelen iemand aan te wijzen als procesbegeleider. Iemand die de aanpak voorbereidt, bijstuurt en misschien zelfs resultaten samenvat of verwerkt. Iemand die buiten het proces staat, kijkt onafhankelijker en objectiever en wordt niet meegezogen in de emotie van het proces en kan op lastige momenten de boel weer vlot trekken.

Ervaring met groepswerk

Een docent weet het als geen ander. Mensen verschillen en dat geldt ook voor werknemers in het voortgezet onderwijs. De gemiddelde VWO-docent is een ander type dan de gemiddelde VMBO-docent. Vrouwen reageren anders op bepaalde werkvormen dan mannen en jongeren weer anders dan ouderen.

Je hoeft niet veel ervaring met Voortgezet Werkplezier te hebben om de verschillende werkvormen te begeleiden. Enige ervaring met groepswerk is wel wenselijk. Want het kan lastig zijn om de bij jouw groep passende werkvormen te vinden en met reacties uit de groep, weerstand op de werkvormen of op het onderwerp, om te gaan.
Wij zijn echter van mening dat de grote lijn in de aanpak Voortgezet Werkplezier belangrijker is dan de specifieke werkvormen. Die zijn inwisselbaar. De begeleider van de aanpak moet de keuze voor een werkvorm altijd afstemmen op de groep mensen die met de aanpak aan de slag gaan. Er zijn veel verschillende soorten werkvormen beschikbaar. Een overweging is dat associatieve werkvormen, die wat speelser van karakter zijn, andere gevoels- en belevingsaspecten oproepen dan werkvormen die vooral met het hoofd werken. Maar voel je vrij om eigen werkvormen in te zetten. Dat kunnen ook werkvormen zijn die meer gericht zijn op ‘een goed gesprek over wat je bezig houdt’. Als de inhoud van die vormen maar passen bij de fase in de V.

Draagvlak

Daarnaast is het belangrijk dat zowel management als werknemers een wens hebben om naar minder werkdruk en meer werkplezier te gaan. En dat er draagvlak is voor de aanpak van Voortgezet Werkplezier. Dat er bij werknemers de bereidheid is om tijd te nemen om met de werkvormen te werken, bereidheid is om naar elkaar te luisteren en openheid om te leren en het eens anders te doen. En dat het management de geluiden die uit de aanpak voort komen, ook serieus wil nemen. Als aan deze condities is voldaan, dan kan Voortgezet Werkplezier een groot verschil maken.

‘Het valt niet altijd mee, maar ik houd mijn goede voornemen wel vol.’

Bas, docent techniek.